België beter maken, dat is het doel van smart cities

De eerste Smart City-kredietlijn van Belfius en de Europese Investeringsbank (EIB), ter waarde van 400 miljoen euro, is bijna volledig benut. Het ideale moment om een eerste balans op te maken én om nieuwe investeerders op te roepen om België een slimme toekomst te bezorgen.

Wanneer is een stad ‘smart’? Het antwoord is niet eenvoudig, aangezien er geen exacte definitie bestaat. Bij de opstart van de Smart City-kredietlijn in 2014 omschreven Belfius en de EIB een smart city daarom als een project dat initiatieven neemt in minstens 2 van de volgende 3 dimensies: stadsvernieuwing, energie-efficiëntie en mobiliteit.

“Voor de Belfius-experts was het belangrijk om die criteria mee te kunnen nemen op het terrein. Zo konden ze lokale overheden beter adviseren over de maatregelen die ze moesten nemen om gebruik te kunnen maken van de kredietlijn”, zegt Pierre-Emmanuel Noel, Senior Banker bij de EIB.

Er werd 400 miljoen euro geïnvesteerd in 62 projecten van steden en gemeenten. Nu willen we alle andere lokale overheden inspireren om mee te werken aan Smart Belgium
Patrick Devis, directeur Marketing Public & Corporate Banking bij Belfius

Recent is de kredietlijn uitgebreid naar duurzame projecten in de domeinen van afvalverwerking, waterbehandeling en e-gov en gericht op instellingen in de sociale sector. Circulaire economie vormt nu een extra aandachtspunt in deze projecten. Logisch, aangezien deze nieuwe economie perfect past bij de visie achter de smart city. Bovendien staat circulaire economie alsmaar hoger op zowel de nationale als de Europese politieke agenda’s.

‘De voorbeeldfunctie is essentieel’

Belfius zorgt als partner van de EIB vooral voor sensibilisering op het terrein. Daarbij kan de bank per project rekenen op de steun van allerhande deskundigen. Vervolgens is het aan de EIB. Zij brengt het thema Smart Cities internationaal onder de aandacht. Onder andere door te communiceren over concrete projecten. Zo zorgt de EIB ervoor dat Belgische smart cities een voorbeeldrol spelen voor hun buitenlandse collega’s.

“Het doel van Smart Cities is om de interessantste projecten in de kijker te zetten en zo andere steden en gemeenten te inspireren om samen het België van morgen te maken”, zegt Patrick Devis, directeur Marketing Public & Corporate Banking bij Belfius. Om dezelfde reden ondersteunt Belfius ook het wetenschappelijk onderzoek van het Smart City Institute, verbonden aan de universiteit van Luik (HEC Liège-ULg).

25%

van de Belgische bevolking zal met de eerste golf van Smart City-projecten in contact komen.

“Het is belangrijk dat de beste smart city-projecten hun voorbeeldrol ten volle spelen”, vindt Pierre-Emmanuel Noel. “Ik zou het zeer inspirerend vinden, moest er een positieve dynamiek ontstaan rond de meest inspirerende verhalen. Daarmee bedoel ik dat een beetje gezonde wedijver tussen verschillende lokale overheden geen kwaad kan, toch niet als dat andere steden en gemeenten motiveert om ook smart te worden. Zij, en de partners die hen daarbij helpen, zullen daarvoor wel meer transversaal moeten gaan denken en handelen. De uitdagingen waar we voor staan, zijn immers maar al te vaak met elkaar verbonden.”

Een eerste kredietlijn afgerond

De eerste Smart City-kredietlijn, die in 2014 werd opgestart, is volledig benut. Daarom werd er op 5 december 2016 een tweede ondertekend. De eerste kredietlijn kan alvast mooie resultaten voorleggen.

“Er werd circa 400 miljoen euro geïnvesteerd in 62 projecten van verschillende grootte, waarvan er een tiental al afgewerkt of bijna afgewerkt zijn. Ruim 200 projecten zitten momenteel in analyse. Circa 20 tot 25 procent van de Belgische bevolking zal met die eerste golf van projecten in contact komen”, zegt Patrick Devis.

“Voor bedrijven zijn smart cities overigens een markt met heel wat potentieel. Zeker nu beleidsmakers merken dat ze de toekomst van onze steden anders moeten aanpakken om ze leefbaar te houden. Dat besef zorgt ervoor dat er vandaag al een ecosysteem ontstaat van lokale overheden en private spelers. Er wordt al meer samengewerkt. Twee jaar geleden was daar nog maar weinig van te merken.”