Duurzaamheid en de participatie van burgers, bedrijven en overheden: dat zijn de echte pijlers van een smart city

Bianca Debaets
Brussels staatssecretaris voor Informatica en Digitalisering

Brussel als schoolvoorbeeld van een slimme stad

De Brusselse regering is met verschillende innovatieve projecten onze Europese hoofdstad aan het transformeren in een smart city. Brussels staatssecretaris Bianca Debaets licht de unieke werkwijze toe.

De technologie die ingezet wordt bij de ontwikkeling van een slimme stad is altijd een middel, en nooit een einddoel, zegt Brussels staatssecretaris voor Informatica en Digitalisering Bianca Debaets. “Duurzaamheid en de participatie van burgers, bedrijven en overheden: dat zijn de échte pijlers van een smart city. Daarom betrekken we ook altijd de Brusselse bevolking bij de uitvoering van onze plannen.”

Luisteren en handelen

Binnen die visie kunnen inwoners sinds juni 2015 op smartcity.brussels en de socialemediakanalen van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest reageren op nieuwe overheidsideeën. De portaalsite telt maandelijks gemiddeld 1.600 bezoekers. “We bevroegen de bevolking onlangs over de uitbouw van het gratis wifinetwerk in de regio, dat ondertussen 95 hotspots telt”, gaat Bianca Debaets verder. “Mensen konden aangeven op welke locaties een draadloze internetverbinding zeker niet mocht ontbreken. Met die feedback zijn we actief aan de slag gegaan: we doen meer dan luisteren.”

Slim onderwijs

Daarnaast organiseert de Brusselse overheid jaarlijks 3 tot 4 grote publieksevenementen om in dialoog te treden met de mensen. Mobiliteit, cultuur, wonen, werken: alles komt thematisch aan bod. “Onze meest recente editie stond volledig in het teken van slim onderwijs”, zegt Bianca Debaets. “We zaten samen met directies en leerkrachten om na te denken over hoe we onze scholen smarter kunnen maken. Onderwijs is heel belangrijk in Brussel. Uit recente cijfers van Actiris, het Brusselse equivalent van de VDAB, is gebleken dat iedereen die tweetalig is in de stad gegarandeerd een job vindt.”

De Brusselse overheid ondernam de voorbije jaren al heel wat stappen om het onderwijs in de regio te stimuleren. “We vernieuwden middelbare scholen met digitale schoolborden, tablets en servers. En met ‘Fiber to the School’ rusten we momenteel alle Brusselse secundaire scholen uit met ultrasnel internet. Dat project kost ongeveer 35.000 euro per school, maar is een zeer zinvolle investering. Daardoor ontstaat er bijvoorbeeld meer interactie tussen scholen. Recent schaafden leerlingen van een Nederlandstalige school hun Frans bij, door via een internetvideosysteem op afstand een les te volgen in een Franstalige school, en vice versa.”

Informatica kan ook een ondersteunende rol spelen, om het tijdelijk tekort aan scholen in Brussel op te vangen. Maar voor een structurele oplossing is een doorgedreven gewestelijke aanpak noodzakelijk. “Ik geloof niet in virtuele online scholen. Technologie kan wel langdurig zieke kinderen van thuis les laten volgen, of online lesmateriaal buiten de schooluren ter beschikking stellen. Maar extra fysieke scholen en kinderdagverblijven blijven nodig. Ze zijn onmisbaar voor menselijk contact: op school leer je immers ook samenleven met elkaar.”

Multiculturele projecten

Binnen de omschakeling naar een smart city moet er ook op een slimme manier rekening gehouden worden met de 170 verschillende nationaliteiten die Brussel rijk is. “Daarom ondersteunen en ontwikkelen we heel wat initiatieven in kansarme wijken. Kinderen tussen 8 en 12 jaar uit Kuregem, Molenbeek, Schaarbeek en Sint-Joost leren bijvoorbeeld via het project ‘Capital Digital’ tijdens de schoolvakanties op een speelse manier videogames ontwikkelen. Zo zijn ze actief bezig, en worden ze door technologie geprikkeld, om er misschien hun job van te maken.”

Ook laaggeschoolden, werkloze jongeren – en zelfs senioren worden op een slimme manier gestimuleerd. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest pakt enerzijds de digitale ongeletterdheid aan bij haar bevolking, anderzijds leren werkzoekenden computervaardigheden die ze goed kunnen gebruiken bij hun zoektocht naar een baan. “20 procent van de Brusselaars heeft geen of gebrekkig toegang tot internet. En bijna 30 procent beschikt over onvoldoende digitale vaardigheden. Voor hen stellen we in nagenoeg al onze 19 gemeentes, in onder meer bibliotheken en OCMW’s, openbare computerruimtes ter beschikking. Daar kunnen ze onder begeleiding een computer gebruiken. Ze leren onder meer mailen, gegevens opzoeken, een cv opstellen, jobadvertenties analyseren en internetbankieren.”

Europese voorbeeldstad

Met de optelsom van al die slimme initiatieven wil Brussel de komende jaren verder uitgroeien tot een internationale smart city die zich probleemloos kan meten met steden als Helsinki, Londen en Amsterdam. “Net zoals in Londen hebben we vandaag ook in Brussel een videoplatform, dat alle beveiligingscamera’s van bedrijven, winkels en overheden centraliseert, en waarbij de beelden onderling uitwisselbaar zijn tussen bijvoorbeeld verschillende politiezones en metrostations.”

“Ons met een Smart City Award bekroonde burgerparticipatieplatform ‘Fix My Street’, waar inwoners problemen aan de openbare ruimte zoals beschadigingen aan voetpaden en het wegdek kunnen melden, wordt binnenkort verder uitgebreid naar andere beleidsdomeinen. Maar: als we ons vergelijken met bijvoorbeeld Amsterdam, dan zijn we in Brussel veel te bescheiden met het naar buiten brengen en presenteren van al onze smart initiatieven; ook al zitten we quasi op hetzelfde niveau als andere Europese grootsteden. De vertaling van onze smart visie naar de buitenwereld, brengen we de komende jaren verder in een stroomversnelling, dankzij de aanstelling van Smart City ambassadeur professor Pieter Ballon en Smart City manager Céline Vanderborght”, besluit Bianca Debaets.