Het enthousiasme is er. Nu nog een geïntegreerde aanpak

Pieter Ballon
directeur imec-smit, Vrije Universiteit Brussel

De slimme stad mag geen ver-van-mijn-bedshow zijn

De slimme stad is een zaak van alle bewoners. De sleutel tot succes ligt in een gemeenschappelijke visie en een intensieve samenwerking tussen de private en de publieke sector.

Professor Pieter Ballon (VUB) is directeur bij het recent met iMinds gefusioneerde imec, het knooppunt voor digitaal onderzoek in Vlaanderen. Hij is ook auteur van het succesboek ‘Smart Cities’, dat dit jaar al zijn vierde druk beleefde. Daarin beschrijft hij hoe slimme steden digitale technologie inzetten om oude problemen zoals mobiliteit en veiligheid aan te pakken.

Duizenden sensoren en geconnecteerde apparaten, verspreid over de hele stad, meten variabelen zoals geluidsoverlast, luchtkwaliteit en beschikbare parkeerplaatsen De gigantische datastroom die dat oplevert, wordt realtime verwerkt en geeft beleidsmakers en burgers een schat aan informatie om meteen te interveniëren of hun gedrag bij te sturen.

Dat klink futuristisch. Is een slimme stad toekomstmuziek?

Pieter Ballon: “Toch niet, slimme-stadtechnologie bestaat al. Grote en kleine bedrijven ontwikkelden reeds een waaier aan slimme apps, zoals de navigatie-app Waze rond mobiliteit en Airbnb in toerisme. Ook de overheid past al slimme technologie toe, denk maar aan ledverlichting die ’s nachts dimt en intelligente camera’s. Het enthousiasme is er. Iedereen ziet de urgentie: wegen slibben dicht, veel mensen voelen zich onveilig, we maken ons zorgen over het milieu… Wat we nog missen? Een geïntegreerde aanpak.”

Hoe een slimme stad eruitziet, is au fond een democratische keuze, geen technologische. Technologie is de katalysator die creatieve oplossingen uitlokt
Pieter Ballon, directeur imec-smit, Vrije Universiteit Brussel

Hoe ziet zo’n geïntegreerde aanpak er dan uit?

Pieter Ballon: “Eerst en vooral: dé smart city bestaat niet. De voorbeelden en modellen in mijn boek maken hopelijk duidelijk dat er 101 manieren zijn om die te implementeren. Maar de essentie van de slimme stad is dat ze gedragen wordt door al haar bewoners: lokale bedrijven, burgers en de overheid. Zij moeten samen bepalen welke concrete problemen ze willen aanpakken, en hoe ze dat zullen doen. Zet je apps en sensoren in om parkeermogelijkheden zo efficiënt mogelijk te organiseren? Of schakel je de technologie in om de auto uit de stad te weren en alternatieven te bieden? Hoe een slimme stad eruitziet, is au fond een democratische keuze, geen technologische. Technologie is de katalysator die creatieve oplossingen uitlokt. Het is geen doel op zich.

Welke bijdrage leveren kennisinstellingen in de systeemtransitie?

Pieter Ballon: “Kennisorganisaties als imec ondersteunen slimme steden door nieuwe technologie beschikbaar te maken en proeftuinprojecten als Living Labs te begeleiden. Zo zetten we het City of Things-programma op, dat heel concreet met het Internet der Dingen kan experimenteren. Eindgebruikers, producenten en steden kunnen er ideeën en producten evalueren in de prille fase van het innovatieproces. Aan de VUB hebben we recent ook de Leerstoel Smart Cities ingericht, waar stadsverantwoordelijken kennis komen opdoen en uitwisselen.”

80%

Sinds 2008 woont meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. In de komende decennia zal dat stijgen tot 70 à 80%.

Welk ecosysteem is nodig om een slimme stad te creëren?

Pieter Ballon: “Helsinki, Amsterdam en Barcelona zijn inspirerende voorbeelden. Zij formuleren een duidelijke visie en prioriteitenlijst: welke problemen pakken we aan? Daarop volgt een intensieve publiek-private samenwerking, met grote technologiebedrijven én lokale start-ups. En ten slotte betrekken deze slimme steden ook de burgers, die concrete ideeën naar voren kunnen schuiven en de impact met eigen ogen zien. Een slimme stad mag geen ver-van-mijn-bedshow zijn.”

Hoe kunnen kleinere gemeenten dit aanpakken?

Pieter Ballon: “Kleine verstedelijkte gebieden moeten de handen in elkaar slaan om een gemeenschappelijke visie en aanpak te ontwikkelen. Dat is ook logisch: mobiliteit en veiligheid stoppen niet bij de administratieve grens van een stad of gemeente. Bovendien geeft samenwerking hen meer financiële slagkracht.”

Welke rol is weggelegd voor financiële instellingen?

Pieter Ballon: “De sector zal een cruciale rol vervullen in het ontwikkelen van innoverende financieringsmodellen. Technologische diensten zijn pas mogelijk mits er een verregaande privaat-publieke samenwerking is, en dat vergt vaak complexe constructies. Banken zullen op zoek moeten gaan naar win-winoplossingen die rekening houden met enerzijds de visie van slimme steden en hun budgetbeperking, en anderzijds met de privésector die hen de digitale toepassingen aanreikt.”