De overstap naar een ander vervoermiddel vergt niet alleen een modal shift, maar ook een mental shift

François Bellot
federaal minister voor Mobiliteit

Eén tarief voor trein, tram, bus en metro

Files, vertraging, tijdverlies. De knoop rond onze mobiliteit raakt elke dag meer verstrikt. Toch is minder mobiel zijn geen optie, integendeel. Zowel privé als professioneel neemt het belang ervan alleen maar toe. Hoe lossen we dit op?

Dagelijks pendelen maar liefst 400.000 werknemers naar Brussel. Samen met Antwerpen slikt onze hoofdstad het meeste fileleed van het land. Als we niet snel iets ondernemen, zal het aantal auto’s en vrachtwagens op onze wegen nog meer toenemen. Hoog tijd dus om onze mobiliteit te herbekijken. François Bellot, federaal minister voor Mobiliteit, en zijn regionale collega’s hebben daarom het Executief Comité van Ministers voor Mobiliteit opnieuw bijeengeroepen. In dat comité zoeken ze samen naar oplossingen en een langetermijnstrategie voor onze mobiliteit.

Een uniform tarief durven invoeren

“We moeten nadenken over welke verschillende transportsystemen we beter op elkaar kunnen afstemmen, zodat gebruikers ook effectief de stap zetten naar andere transportmiddelen”, legt François Bellot uit. “Om de grote verkeersassen te ontlasten, is het onze prioriteit om een oplossing te vinden voor de bottlenecks in het verkeer en moeten we het aanbod van de NMBS vergroten.” De burger maximaal informeren over de mogelijkheden van het openbaar vervoer, is daarbij essentieel volgens de minister. Maar hij lanceert ook een gedurfdere oplossing. “We moeten het lef hebben om een uniform tarief in te voeren voor trein, tram, bus en metro. Dat is niet eenvoudig, want elk vervoerbedrijf heeft zijn eigen systeem. Toch moeten we de sprong durven te wagen.”

Gedrag aanpassen

Een intelligenter aanbod en een eenvoudig tarief zijn interessante pistes, maar minstens zo belangrijk is een gedragsverandering bij de vele honderdduizenden Belgen die zich dagelijks verplaatsen. Te veel van hen gebruiken bijvoorbeeld ook voor korte afstanden nog altijd de wagen. In Wallonië kiest slechts 1,4 procent van de weggebruikers voor de fiets als alternatief voor de auto, tegenover 14 procent in Vlaanderen. “We moeten allemaal ons gedrag aanpassen. Voor de overstap naar een ander transportmiddel is niet alleen een ‘modal shift’ (hoe we ons verplaatsen) maar ook een ‘mental shift’ nodig. Alleen zo kunnen we beetje bij beetje, met behulp van een geïntegreerd vervoeraanbod, de impact van de files verminderen”, aldus François Bellot.

Kortere files dankzij app

Al kan ook technologie daarbij helpen. Verschillende start-ups werken aan ITS-producten (Intelligent Transport System) zoals Route Planner. Deze app volgt in realtime de uurroosters en de vertragingen van het openbaar vervoer én de files op de weg. Hij berekent ook reisroutes op basis van verschillende vervoermiddelen. “Met dergelijke toepassingen maken we de burger ervan bewust dat er alternatieven zijn, zoals de 31 stations die Brussel telt. Die worden vandaag te weinig gebruikt door het grote publiek”, vervolgt de minister. In Nederland heeft een app zoals Route Planner zijn effect niet gemist. In 7 jaar tijd daalde de lengte van de files er met maar liefst 43 procent. “17 procent daarvan is voor rekening van de app”, zegt François Bellot, die ervan overtuigd is dat de app eind 2017 ook in België wordt gelanceerd.

Meer personen per auto

Maar er bestaan ook nu al oplossingen om de files te beperken, zoals autodelen en telewerken. “Vandaag zitten er tijdens de spits gemiddeld 1,3 personen in een auto. Een stijging naar 1,6 zou ons al heel wat fileleed besparen”, aldus François Bellot. “En als 5 tot 10 procent van de werknemers zou telewerken, zou de mobiliteit in Brussel er ook al heel anders uitzien. De oplossingen bestaan dus wel degelijk, alleen vereisen die én een bewustwording én een gedragswijziging van zowel de overheid, de bedrijven, als de burger.”