Smart Award Winner

MIROM Roeselare breidt ondergronds warmtenet fors uit

Roeselare heeft al sinds 1986 een warmtenet. Maar sinds enkele jaren koppelt de stad duurzaamheid ook aan rentabiliteit: het sein voor de intercommunale MIROM (Milieuzorg Roeselare en Menen) om erin te blijven investeren.

Het principe is eenvoudig: een verbrandingsoven van MIROM brengt via ondergrondse warmwaterleidingen warmte tot bij woningen, openbare gebouwen en bedrijven. Het afgekoelde water stroomt terug naar de warmtecentrale, waar het opnieuw opgewarmd wordt. Tot 2011 kende dit netwerk haast geen evolutie, maar sindsdien is het een aaneenschakeling van projecten geworden die elkaar steeds sneller opvolgen.

“Een van de taken van onze intercommunale is de verwerking van restafval via de afvalverbrandingsoven”, verduidelijkt Koen Van Overberghe, algemeen directeur van MIROM. “Die oven werd in de jaren 70 gebouwd als alternatief voor afvalstorting. Daar was toen weinig duurzaams aan. Maar vandaag is de situatie anders.”

Warmtenet met economisch motief

In 1986 ontwikkelde MIROM zijn eerste warmtenet dat de warmte van de verbrandingsoven recupereerde. “Een investering die was ingegeven door de toen zeer hoge stookolieprijzen”, vertelt Koen Van Overberghe. Maar toen het warmtenet klaar was, implodeerde de stookolieprijs. “Daardoor draaiden we jarenlang met verlies.”

Ook wie niet is aangesloten op ons warmtenet, plukt er de voordelen van, dankzij een betere luchtkwaliteit
Koen Van Overberghe, algemeen directeur MIROM Roeselare

Die situatie veranderde toen MIROM in 2008 een ORC-installatie (ORC staat voor ‘organische rankinecyclus’, een proces om energie te halen uit een organisch oplosmiddel in plaats van uit stoom) bouwde die overtollige restwarmte omzet in elektriciteit. “Perfect in combinatie met het warmtenet”, weet Koen Van Overberghe. “In de winter gaan we voluit voor warmte, maar in de zomer keldert de vraag en dan werkt de ORC op volle capaciteit.”

In 2011 kwam de uitbreiding van het warmtenet in een stroomversnelling, met de aansluiting van een volledig appartementsgebouw. In de jaren daarna volgden regelmatig nieuwe uitbreidingen. “Zoals een nieuwe kmo-zone van 18 hectare. En een samenwerking met Eandis voor een uitbreiding naar maar liefst 1.000 nieuwe woningen”, aldus Koen Van Overberghe.

10 kilometer nieuwe leidingen

MIROM wil het warmtenet nog efficiënter maken, hoewel dat vandaag ook al uitblinkt in duurzaamheid. “Omdat we restenergie gebruiken, is elke uitgespaarde liter stookolie en kubieke meter gas pure winst. Zo hebben we met de aansluiting van één schoolgebouw maar liefst 400.000 liter stookolie per jaar uitgespaard”, zegt Koen Van Overberghe. “Maar ook wie niet aangesloten is op ons warmtenet, plukt er de voordelen van, dankzij een betere luchtkwaliteit.”

Tegen eind 2017 zijn nog eens 10 kilometer extra leidingen gepland, waardoor het volledige ondergrondse tracé 19 kilometer lang wordt. De verbrandingsoven, die 8 ton aan niet-recycleerbaar afval per uur kan verwerken, bespaart dan via het warmtenet het equivalent van 5 miljoen liter stookolie.