De energieomwenteling is niet tegen te houden. Een transitieperiode met overleg en samenwerking zal alle neuzen in dezelfde richting zetten

Bart Tommelein
Vlaams minister van Energie

Overheid zet de toon, burgers maken de muziek

Van 6 naar ruim 10 procent hernieuwbare energie in 4 jaar tijd, dat is een uitdaging voor elk van ons. Bart Tommelein, Vlaams minister van Energie, breekt een lans voor participatie, energiedelen en bottom-upinitiatieven. Smart pur sang.

De voorbije zomer lanceerde Bart Tommelein het Energieplan 2020, met veel aandacht voor zon, wind en warmte. ‘Iedere Vlaming zijn zonnepaneel’, was zijn oproep.

Hoe ver staan we ondertussen?

Bart Tommelein: “De particuliere burgers zijn alvast goed op weg. Er liggen vandaag ruim 250.000 zonnepanelen op Vlaamse daken. Dat zijn er dik 10.000 meer dan vorig jaar. Ze blijven een rendabele investering, zelfs zonder subsidies. Voor bedrijven liggen de zaken iets ingewikkelder. Zij krijgen nog wel subsidies, maar die veranderen voortdurend mee met onder andere de elektriciteitsprijs en dat doet bedrijfsleiders aarzelen. Bovendien moeten ze hun energieoverschotten tegen veel te lage prijzen verkopen. Daarom heb ik een voorstel klaar over ‘zonnedelen’, dat bedrijven ertoe moet aanzetten om werknemers, klanten en buren mee te laten investeren. Zij investeren dan samen in de installaties, en plukken er samen de vruchten van. Ook overheden waren tot voor kort terughoudend om zonnepanelen te leggen. Dat had te maken met een nadelig fiscaal neveneffect. Maar dat euvel is weggewerkt.”

U had ook een windplan aangekondigd tegen het najaar?

Bart Tommelein: “Dat windplan komt er binnenkort aan en is echt nodig. De zware vergunningsprocedure is de molensteen om de nek van elke windmolen. Vandaag verstrijkt er tussen de aanvraag en de plaatsing van een windmolen 5 tot 8 jaar. Regelmatig is er weerstand van omwonenden, het ‘not in my backyard’-fenomeen, weet je wel. We willen burgers en lokale besturen meer laten participeren, bijvoorbeeld door energiecoöperaties te stimuleren waar ze tegelijk klant én aandeelhouder worden van windturbines. Dat creëert een breder draagvlak.”

5.000

Tegen 2020 wil Bart Tommelein 5.000 extra elektrische laadpalen installeren in Vlaanderen. Dat staat zo in zijn Energieplan 2020.

Over draagvlak gesproken: wat zijn de plannen voor de veelbesproken biomassacentrales?

Bart Tommelein: “Ik geloof nog steeds in biomassaoplossingen, op voorwaarde dat ze kleinschalig zijn en op initiatief van een lokale gemeenschap worden opgericht. Liefst in combinatie met warmtenetten, die de restwarmte opvangen en opnieuw in het circuit brengen.”

Een slim energieplan draait ook om energie-efficiëntie. Waar liggen de prioriteiten?

Bart Tommelein: “We moeten naar een flexibel systeem dat vraag en aanbod op elkaar afstemt. Slimme energiemeters zullen straks ons verbruik meten, analyseren en slimmer maken. Dan kunnen we onze wasmachine laten draaien op een moment dat er veel en goedkope elektriciteit is. Of kunnen we elektrische wagens ’s nachts opladen met de energie die de zon overdag geproduceerd heeft. We hebben een spreidingsplan gemaakt voor minstens 5.000 extra laadpunten tegen 2020. Ook voor verlichting liggen er forse efficiëntiewinsten voor het grijpen. Verschillende steden zetten al de stap naar slimme ledverlichting.”

Innovatie floreert bij energie-efficiënte projecten. Waarop moet die zich vooral richten?

Bart Tommelein: “Grote technologische uitdagingen zijn energieopslag en interconnectie, de verbinding tussen de netten. Batterijen voor hernieuwbare energie bestaan, maar ze zijn duur en onvoldoende performant. De overheid kan op dat vlak bijsturen. Via premies? Wie weet. Maar als we dat zouden doen, dan zullen die sowieso eindig zijn. Ik wil vooral onderzoek en samenwerking bevorderen, zodat Vlaanderen een pionier is en blijft. Ik zie razend interessante evoluties, bijvoorbeeld in de blauwe energie – dat is energiewinning uit golven en getijden – of op het vlak van zonnecellen voor gevels en ramen.”

Welke samenwerkingsinitiatieven organiseert u dan?

Bart Tommelein: “De energieomwenteling valt niet meer tegen te houden. Er is overleg en samenwerking nodig om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Daarom startte ik het initiatief ‘Stroomversnelling’. Experts uit overheden, kennisinstellingen, bedrijven en organisaties werken samen in vijf thematische groepen: energie-efficiëntie, hernieuwbare energie, flexibele energie, financiering en governance. Een burgerpanel draagt ideeën aan die worden afgetoetst bij de werkgroepen, en vice versa. Dat maakt van Stroomversnelling een continu en levend proces, met concrete engagementen.”

Hoe kunnen de banken hun steentje bijdragen tot een groene economie?

Bart Tommelein: “Energie-efficiënte projecten lenen zich uitstekend voor publiekprivate samenwerkingen met een bank in de rol van financiële partner. Ze begeleiden overheids- en privé-instellingen ook in obligatie- uitgiftes op de kapitaalmarkten. En ze kunnen particulieren op weg helpen met toegankelijke en aantrekkelijke kredieten. Vandaag kloppen particulieren, en binnenkort ook publieke instellingen, aan bij de overheid voor een goedkope energielening, bijvoorbeeld voor dakisolatie. Maar waarom zou een bank die rol niet kunnen overnemen? Ze is perfect geplaatst om innovatieve oplossingen aan te bieden, specifiek gericht op het type kredietaanvrager en de beoogde energiebesparing. Mij lijkt het logischer dat uw kredietaanvraag goedgekeurd wordt door de bankdirecteur en niet door de schepen op het gemeentehuis, toch?”

Hoe kan de overheid de energieomwenteling in goede banen leiden?

Bart Tommelein: “De overheid creëert het kader: wetgeving, financiële stimuli en samenwerkingsverbanden. Maar aan het eind van de dag is slim omgaan met energie de verantwoordelijkheid van iedereen, van bedrijfsleider over burger tot overheidsfunctionaris. Hij beslist wat, hoe en wanneer hij verbruikt, produceert en verkoopt. De overheid zet de toon, maar de burgers maken de muziek.”